HOORN - De gemeente Hoorn is sterk in het uitspreken van ambities, het ontwikkelen van beleid en het inzetten van middelen op het gebied van reïntegratie, maar zwak in het aangeven van de resultaten en effecten daarvan. Hierdoor is onvoldoende duidelijk waar de inspanningen op het gebied van reïntegratie toe leiden. Dat is de belangrijkste conclusie uit een onderzoek van de Hoornse Rekenkamercommissie.
De gemeente Hoorn krijgt jaarlijks gemiddeld 5,9 miljoen euro van het Rijk om mensen aan een betaalde baan te helpen. Dit geld gaat niet op. De gemeente Hoorn richt zich sterk op het voorkomen dat mensen in de bijstand komen en minder op het bevorderen van uitstroom van mensen die al in de bijstand zitten. De Wet Werk en Bijstand heeft echter juist als hoofddoel het bevorderen van uitstroom uit de bijstand.
Uit het onderzoek van de Rekenkamercommissie blijkt dat de gemeentelijke administratie niet is ingericht op het afleggen van verantwoording. De gemeenteraad ontvangt geen verslag van de effecten van het beleid, wat volgens de eigen verordening wel zou moeten. In feite is er weinig bekend, en wat bekend is, laat een bescheiden resultaat zien. In 2008 stroomde 5% van de mensen in de bijstand uit naar een betaalde baan door reïntegratieondersteuning. Wat er bereikt wordt op het punt van sociale activering is niet bekend. Ook hiervan worden de gegevens niet zodanig bijgehouden dat deze inzichtelijk zijn. Er gebeurt veel, maar waar het toe leidt kan onvoldoende duidelijk gemaakt worden.
De aanbevelingen van de Rekenkamercommissie zijn gericht op het vergroten van kennis met behulp van feitelijke, cijfermatige gegevens. Hierdoor kan de gemeente inzicht geven in het resultaat van alle inspanningen.
Aanbevelingen
De Rekenkamercommissie doet de volgende concrete aanbevelingen:
1. Verlang van het college een rapportage over de hoogte van de programma- en uitvoeringskosten
in relatie tot de resultaten van reïntegratie.
2. Draag het college op het beheer van cijfermatige gegevens zo in te richten dat de in de conclusies
genoemde ‘witte vlekken’ in informatie worden opgelost.
Verlang een rapportage in het eerste kwartaal van 2011 over het jaar 2010.
3. Neem een registratieplicht op in de contracten met reïntegratiebedrijven. De registratie moet zo
zijn ingericht dat dit bijdraagt aan het invullen van de lacunes in informatie. Denk na over een
passende financiële prikkel voor deze bedrijven bij het behalen van resultaten die uitstijgen
boven de afspraken in het contract.
4. Geef in de Programmabegroting een prestatie aan m.b.t. de uitstroom naar betaalde arbeid als
gevolg van reïntegratieondersteuning (gemiddelde uitstroom per jaar in de bestuursperiode)
en leg hierover in de Jaarstukken verantwoording af.
5. Verlang eens in de twee jaar een verslag over de doeltreffendheid van het reïntegratiebeleid.