Geacht college,
Vanmorgen lazen wij in het dagblad De Telegraaf een artikel over een inwoonster van onze stad, die op 16 oktober van vorig jaar op gewelddadige wijze werd aangerand en bijna gewurgd. De dader ontkwam en nam de telefoon mee van het slachtoffer.
Al na een week na de gewelddadige aanranding, zo lezen wij in het artikel, kon het slachtoffer de politie al vertellen waar de dader woonde. Via een app op haar telefoon kon zij zien waar hij zich bevond. De politie zou onvoldoende actie hebben ondernomen. Ook daarna heeft het slachtoffer nog een aantal keren de politie op de hoogte gebracht van de verblijfplaats van de vermoedelijke dader. De man werd echter niet opgepakt, wat tot groot onbegrip leidde. De vrouw berustte hier niet in, nam het werk van de recherche over, zette voor de mogelijke dader een val waarin hij uiteindelijk trapte.
Pas in februari van dit jaar, 4 maanden later, werd de vermoedelijke dader door de politie aangehouden, toen het bewijs overduidelijk was en er geen ontkomen meer aan was.
De fractie van de VOCHoorn heeft de volgende vragen:
1. Sinds wanneer bent u op hoogte van deze zaak?
2. Kloppen de feiten, voor zover u hiervan kennis draagt, zoals deze in de krant vermeld staan?
3. Het feit dat het slachtoffer zelf de vermoedelijke dader op moest sporen heeft een ongunstige invloed op de aangiftebereidheid. Immers, waarom zou je nog aangifte doen als de politie er niets mee doet, zo suggereert dit voorval. Bent u dit met ons eens en hoe gaat u dit in positieve zin beïnvloeden?
4. Bent u het met ons eens dat als de feiten kloppen, dit slecht is voor de veiligheidsbeleving van onze inwoners en dat hierdoor de onveiligheidsgevoelens toenemen? Indien u dit met ons eens bent, wat gaat u hieraan doen?
5. In het artikel lezen wij dat het slachtoffer pas na 2 weken aangifte kon doen. Bedenktijd, zo lezen wij. Wij kunnen ons iets voorstellen van “bedenktijd” als er sprake is van een seksueel misdrijf in de relationele sfeer. Maar daar is hier geen sprake van. Bent u het met ons eens dat voor de verwerking van een zodanig ernstig misdrijf het doen van aangifte voor het slachtoffer juist van groot belang is?
6. Wat gaat u doenals blijkt dat niet op adequate wijze door de politie gehandeld is of als er sprake is of geweest van een capaciteitsprobleem bij de politie?
7. Bent u bereid om dit te bespreken met het OM en politie in de zogenaamde driehoek?
8. Op 16 oktober 2016 vond dit misdrijf plaats. Op 9 december 2016 kreeg de vermoedelijke dader, een Somalische vluchteling, een verblijfsvergunning. Zou, als de politie sneller was opgetreden en de verdachte voor december was aangehouden, zijn verblijfsvergunning geweigerd zijn?
9. Is het alsnog mogelijk om, indien een veroordelingdoor de rechter volgt, de verblijfsvergunning van de dader in te trekken?
Wij zien de antwoorden op onze vragen met belangstelling tegemoet.
Hoorn, 7 juni 2017
Namens de fractie van VOCHoorn,
Hans Weeda
Raadslid.