Er zijn raadsvragen gesteld over het toezicht op bewindvoerders voor de schuldhulpverlening. Hieronder de brief met de antwoorden van het college van B&W.
Hoorn, 14 apr. 2016
Geachte mevrouw Broerse,
Via deze brief reageren wij op de artikel 36 vragen die u op 17 maart 2016 stelde over het toezicht op bewindvoerders schuldhulpverlening.
Vraag 1: Zijn er bij het college ook klachten of anderszins signalen binnengekomen over de bewindvoering bij de schuldhulpverlening? Zo ja, kunt u aangeven wat de aard van de klachten of signalen waren en tot welke acties heeft dit geleid?
Antwoord op vraag 1
Er zijn inderdaad signalen binnengekomen over bewindvoerders. Onderbewindgestelden voelen zich niet altijd gehoord en/of begrepen. De signalen zijn divers van aard maar gaan vaak over de bereikbaarheid en de werkzaamheden van de bewindvoerder en het leefgeld 1). Er is meerdere malen aangegeven dat de bereikbaarheid van bewindvoerders te wensen overlaat. Onderbewindgestelden worden niet teruggebeld en/of krijgen geen reactie op emailberichten. Daarnaast ontvangen onderbewindgestelden
het leefgeld niet, onregelmatig of te laat.
Onze medewerkers schulddienstverlening nemen de signalen van onderbewindgestelden serieus en leveren maatwerk in hun advies en/of bemiddeling. Dit kan een telefoontje zijn met de bewindvoerder om bijvoorbeeld een probleem op te lossen of om opheldering te krijgen. Het kan ook een advies aan de onderbewindgestelde zijn om de bewindvoerder te laten ontslaan en/of om in budgetbeheer te gaan. Wij houden bij over welke bewindvoerders regelmatig klachten zijn zodat wij inwoners beter kunnen adviseren.
Volgens de medewerkers schulddienstverlening komen de signalen en klachten vaak door verkeerde verwachtingen en door gebrek aan kennis en miscommunicatie tussen bewindvoerders en onderbewindgestelden.
Niet alle bewindvoerders doen hun werk naar behoren. Dit signaal hebben wij, net als andere gemeenten neergelegd bij de staatssecretaris. Het slecht functioneren van sommige bewindvoerders was voor het kabinet een belangrijke aanleiding voor de Wet wijziging curatele, bewind en mentorschap. Deze wet verplicht bewindvoerders om aan kwaliteitseisen te voldoen. De kwaliteitseisen uit deze wet en het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren gelden per 1 april 2014. Voor bewindvoerders benoemd voor deze datum gold een overgangstermijn van 2 jaar om aan
de eisen te voldoen (tot 1 april 2016). Het niet voldoen aan de kwaliteitseisen is een grond voor ontslag. De controle hierop is door de rechtspraak gecentraliseerd en ondergebracht bij de Rechtbank Oost-Brabant2. Wij blijven de kwaliteit volgen op basis van signalen en zullen ook signalen blijven afgeven aan het rijk.
1) Deel van het inkomen voor dagelijkse behoeften (voedsel e.d.) dat de bewindvoerder meestal wekelijks uitbetaald.
Vraag 2: Kan het College aangeven hoe überhaupt de controle op de bewindvoering vanuit de gemeente geregeld is?
Antwoord op vraag 2
Bewindvoerders worden toegewezen door de rechter. De gemeente heeft hier geen invloed op.
Vraag 3: Is het college bekend met de norm van het Nibud met betrekking leefgeld? Vindt het college ook dat bewindvoerders zich aan deze norm moeten houden? Kan en/of wil het College daar invloed op uitoefenen?
Antwoord op vraag 3
Ja, wij zijn bekend met de leefgeldnorm van het Nibud waarbij mensen maximaal 3 jaar lang op ’leefgeld’ zitten. Dit komt overeen met de uitgangspunten die wij hanteren in onze schuldhulpverlening.
Soms moeten bewindvoerders om redenen afwijken van de leefgeldnorm van het Nibud. Bijvoorbeeld omdat er beslag ligt op het inkomen. Ook komt het voor dat inwoners van hun bewindvoerder leefgeld krijgen voordat er een schuldhulpverleningstraject of schuldregeling is gestart. Dit kan ook leiden tot een termijn langer dan 3 jaar. De gemeente heeft hier geen invloed op.
Wij vertrouwen er op u naar behoren te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet.
burgemeester en wethouders van Hoorn