HOORN - Westfriesland maakt zich op voor een grote verschuiving van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Deze wordt door het Rijk overgeheveld naar gemeenten en hierdoor ontstaat een nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Daarbij wordt zelfredzaamheid en initiatief van de burger steeds belangrijker. De zeven Westfriese gemeenten wilden weten in hoeverre de bevolking klaar is voor deze verschuiving. Het onderzoek dat daartoe is opgezet heeft geleid tot de Sociale Kracht Monitor (SKM), waarin de eigen kracht, de kracht vanuit de omgeving en de voorzieningen zijn vastgelegd. Regio Westfriesland werkt samen aan het vormgeven van de decentralisaties binnen het sociale domein, waar deze verschuiving onder valt.
Westfriese zelfredzaamheid hoog
Westfriezen hebben een hoge mate van zelfredzaamheid. Uit het onderzoek blijkt dat negen op de tien inwoners van de regio zichzelf zowel binnen- als buitenshuis redt, al dan niet met behulp van anderen. Na het tachtigste levensjaar neemt deze zelfredzaamheid sterk af, vaak als gevolg van beperkte geestelijke- en fysieke gezondheid.
Één op de tien mensen is niet zelfredzaam. Deze mensen ervaren de eigen kennissenkring als beperkt en zijn over het algemeen meer gebonden aan eigen dorp of wijk. Ondanks hun beperkingen zijn de niet-zelfredzamen toch actief. Bijvoorbeeld door lid te zijn van een vereniging, of deel te nemen aan sociale activiteiten in de wijk of kern. Bijna de helft van deze groep ontvangt mantelzorg. De mensen die dit niet ontvangen zijn vooral bang voor (te) hoge kosten, of weten niet waar zij terecht kunnen. Schaamte voor het vragen naar deze vorm van hulp maakt de top drie compleet.
Respondenten zijn van mening dat sociale kracht niet moet worden opgelegd door gemeenten. Een groep nader ondervraagden geeft aan dat inwoners prima in staat zijn om dit zelf te organiseren. Als de gemeente zich hiermee gaat bemoeien, kan dat juist aanleiding zijn voor weerstand vanuit de samenleving. De sociale kracht van plattelandsgebieden blijft het sterkst: men is vaker lid van een vereniging of club, meer betrokken bij de eigen woonbuurt en neemt vaker deel aan activiteiten. Ook zijn hier verhoudingsgewijs hogere bezoekpercentages aan de lokale buurthuizen.
Sociale Kracht Monitor
Westfriese gemeenten zijn het eens dat rapportage een belangrijke bouwsteen is in voorbereiding op de veranderingen binnen de WMO. De SKM geeft een startfoto van de huidige situatie en kan gezien worden als nulmeting. Elke drie á vier jaar wordt de meting opnieuw gedaan, zodat inzichtelijk wordt gemaakt of er sprake is van verandering. De SKM van 2013 is tot stand gekomen door het uitzetten van tienduizend schriftelijke vragenlijsten, waarvan ruim 3.500 ingevuld terug zijn gekomen. Daarna hebben drie bijeenkomsten plaatsgevonden waarbij 30 respondenten mochten reflecteren op de resultaten. Het onderzoek is opgezet met medewerking van de Regionaal Sociale Agenda, subsidieregeling vanuit de provincie Noord-Holland.