HOORN – Nadat twee jaar geleden de Stichting Stadsherstel uit de Monumentencommissie moest, lijkt het nu de beurt aan Vereniging Oud Hoorn. In een gesprek meldde D66-wethouder Westenberg recent aan het bestuur van de historische vereniging dat ze niet meer welkom zijn. De genoemde redenen zijn vaag en daarom denkt Oud Hoorn dat ze te kritisch zijn geweest bij enkele belangrijke onderwerpen.
Volgens de wethouder zou de vertegenwoordiger van de vereniging wel goed hebben gefunctioneerd, maar heeft men elders in het land ook andere commissie-samenstellingen en zou er sprake zijn een klein beetje kostenbesparing.
Bij het bestuur van Oud Hoorn wil deze redenering er niet in: “Wij worden nu bewust op afstand gezet.” In een brief aan B&W en de gemeenteraad schrijft de vereniging: “De indruk bestaat dat onze bijdrage in de commissie niet langer op prijs wordt gesteld, omdat wij ons bij enkele belangrijke plannen kritisch hebben opgesteld.”
Lees hier de gehele brief:
Aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hoorn,
Onderwerp: Samenstelling Commissie Monumenten en Welstand
Hoorn, 16 oktober 2013
Geacht college,
In het jaarlijkse gesprek met wethouder Westenberg is ons meegedeeld dat het college voornemens is de samenstelling van de Commissie voor Monumenten en Welstand aan te passen en de verordening te wijzigen. Het aantal leden van de commissie zal worden verkleind tot vijf en de kwaliteitszetel van de Vereniging Oud Hoorn komt te vervallen.
Gevraagd naar de redenen voor een dergelijk voorstel werden de volgende punten genoemd. Het was niet zo dat de commissie in haar huidige samenstelling niet functioneerde noch dat de door Oud Hoorn aangewezen vertegenwoordiger geen inhoudelijke bijdrage aan het debat in de commissie wist te leveren. Financieel levert de verkleining van de commissie een heel beperkt bedrag op.
Het andere argument dat werd ingebracht, namelijk dat ook elders in het land met een andere commissiesamenstelling wordt gewerkt, lijkt een wel erg dunne onderbouwing.
Het bestuur van de Vereniging Oud Hoorn vindt de aanpassing van de samenstelling van de Commissie voor Monumenten en Welstand een onwenselijke ontwikkeling. Daarbij zijn de volgende overwegingen in het geding.
· Onder het vorige college zijn de toenmalige Monumentencommissie en de Welstandscommissie samengevoegd. VOH is toen akkoord gegaan met het verminderen van haar deelname in de commissie van twee leden naar één lid.
· Twee jaar geleden heeft het college besloten dat op de deelname van de vertegenwoordiger van de Stichting Stadsherstel niet langer prijs werd gesteld.
· Vanuit VOH is meermaals gepleit voor een meer rationele behandeling van bouwplannen. Hierbij zou in de ambtelijke geledingen veel meer kunnen worden afgehandeld dan nu het geval is. In de huidige werkwijze zitten onnodige procedurele en personele doublures die kostenverhogend werken en tegelijk tot onnodige vertragingen leiden.
· Het is teleurstellend om vast te stellen dat een vereniging die zo lang deel heeft uitgemaakt van deze commissie zonder een degelijke evaluatie en zonder overleg uit de commissie wordt verwijderd. Een vereniging met een zo’n lang staat van dienst verdient een betere behandeling. Voor de belangrijke rol die de oprichter van VOH, J. Kerkmeijer, heeft gespeeld bij het ontstaan en functioneren van de bouwcommissie, voorloper van CMW, zij verwezen naar het vorig jaar verschenen boek over hem.
· De indruk bestaat dat onze bijdrage in de commissie niet langer op prijs wordt gesteld, omdat wij ons bij enkele belangrijke plannen kritisch hebben opgesteld.
· Het kabinet heeft onlangs het gedachtegoed rondom de participatiesamenleving, een maatschappij waarin de overheid minder, en de burger meer gaat doen, opnieuw voor het voetlicht gebracht. De klassieke verzorgingsstaat moet plaats maken voor een ’participatiesamenleving’, zo zei koning Willem-Alexander in zijn eerste troonrede. Vanaf de oprichting heeft onze Vereniging actief geparticipeerd in de monumentencommissie, wij worden nu bewust op afstand gezet.
· Zeer belangrijk voor het goed kunnen beoordelen van allerlei bouwkundige en ruimtelijke plannen is de praktische kennis van de binnenstad en het gebruik daarvan. Niet verwacht mag worden dat ingehuurde architecten van buiten de regio met een beperkte kennis van Hoorn dergelijke plannen altijd gedetailleerd kunnen beoordelen, terwijl dat vaak wel nodig is.
· Onder het vorige college is een nieuwe welstandsnota in concept gereed gekomen. Het is belangrijk om dat toetsingskader regelmatig te vernieuwen ten einde bouwplannen voor de binnenstad en de linten beter te kunnen beoordelen en om aanvragers betere richtlijnen mee te geven. Het is nu vier jaar later en de nieuwe welstandsnota is nog steeds niet vastgesteld. De ontwikkeling van de Erfgoednota gaat nog veel trager, een concept is nog niet eens een stip aan de horizon. Deze nota is van belang om de beschermde status van veel panden in de binnenstad inhoud en vorm te geven, zodat gebruikers weten waar ze aan toe zijn.
Wij vragen u bij de evaluatie van de werkwijze van de commissie en het voorstel tot wijziging van de verordening deze overwegingen in uw afweging te betrekken en raden u aan gebruik te blijven maken van de in de Vereniging Oud Hoorn aanwezige kennis van en betrokkenheid bij de ontwikkelingen in de historische binnenstad.
Uw reactie zien wij met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
E.S. Ottens M.J. Lodde-Tolenaar
Voorzitter secretaris.