HOORN - In een brief namens de gemeenteraadsfracties VVD en D66 heeft het college kennis genomen van het feit dat beide fracties het aanbestedingsbeleid van de Gemeente Hoorn op een aantal fronten hekelt. Beide fracties baseren hun houding op een gunning van werk aan een Rotterdams bedrijf.
In de brief valt het volgende te lezen;
College van Burgemeester en Wethouders
Postbus 603
1620 AR Hoorn.
Betreft: art 43 vragen aanbestedingsbeleid
Geacht College,
Op 8 februari 2013 heeft de Raad van de gemeente Hoorn een ingediende motie aangaande het Inkoop en Aanbestedingsbeleid unaniem aangenomen:
In de motie wordt het college verzocht:
• Nog niet vastgestelde aanbestedingsprocedures kritisch te bezien op onnodig strenge selectiecriteria;
• De voordelen die het lokale en regionale bedrijfsleven kan bieden ten opzichte van buiten de regio afkomstige bedrijven te kwantificeren en mee te wegen in het gunningsproces.
Doel van de motie was vooral het tegengaan van te strenge eisen aan de poort, dus onnodig strenge selectiecriteria en het meewegen van de voordelen die het voor de gemeente zelf heeft als werk gegund kan worden aan het lokale of regionale bedrijfsleven.
Medio juni bereikte ons het bericht dat de aanbesteding “Ketenpartner voor Resultaatgericht Vastgoedonderhoud (RVO) voor de vastgoedportefeuille van de gemeente Hoorn”, zaaknummer IA12.33862 voorlopig is gegund aan een Rotterdams bedrijf, dat in de procedure een lokale onderneming nipt voorbleef.
In uw brief aan de inschrijvers waarin u hen op de hoogte stelt van deze voorlopige gunning vermeldt u expliciet: “ Bij de beoordeling is de vestigingsplaats van inschrijvers niet meegenomen”.
VVD en D’66 zijn verrast door deze zinsnede omdat daarmee naar ons oordeel geen uitvoering lijkt te zijn gegeven aan de door raad unaniem aangenomen motie waarbij het erom gaat dat elementen als reistijd werknemers (milieuvoordeel en ”reactiesnelheid”), eerdere opdrachten voor Hoorn uitgevoerd (gericht op een duurzamere relatie tussen partijen) worden meegewogen.
Bovendien is tijdens de behandeling van de motie door de VVD ingebracht dat het al dan niet gunnen aan lokale of regionale bedrijven statistisch gezien van invloed is op het aantal bijstandsuitkeringen en dat ook dit zou moeten worden meegewogen in de gunning.
In dit kader hebben wij de volgende vragen voor u.
1. Is bij het opstellen van de gunningscriteria voor de bedoelde aanbesteding rekening gehouden met de motie van 8 februari 2013? Zo ja, waarin komt dat dan tot uitdrukking en zo neen, waarom niet?
2. Zou de uitkomst van de gunning anders zijn geweest als de raad op 8 februari de bedoelde motie niet had aangenomen? Zo ja, hoe dan en zo neen waarom niet?
3. Welke gunningscriteria zouden in het algemeen kunnen worden gesteld teneinde enerzijds recht te doen aan de motie en anderzijds niet het gevaar op te roepen onrechtmatig te handelen? Met andere woorden, wat gaat u voortaan op dit punt anders doen?
Namens de fractie van de VVD Namens de fractie van D66
Gert Scholtes Jos Renckens