HOORN / WOGNUM - Terwijl recent het ene bedrijf in buurgemeente Wognum nog een grote uitbreiding aankondigde (zie bericht Simon Loos), is er nu slechts enkele honderden meters verderop langs de A7 slecht nieuws: Ursem Bouwgroep vraagt faillissement aan en 120 man staat op straat. Voor de regio Westfriesland een grote aderlating.
Het faillissement werd al in 2006 ingezet. Toen investeerde de onderneming in een nieuwe fabriek voor geprefabriceerde modulaire bouwwerken. De markt viel echter tegen. De nieuwe productielocatie drukte zwaar op het ondernemingsresultaat.
In een verklaring meldt het bedrijf:
Tot verslagenheid van aandeelhouders, commissarissen en directie heeft Ursem Bouwgroep een aanvraag moeten indienen strekkende tot eigen faillietverklaring bij de rechtbank te Alkmaar. Als gevolg van de aanhoudende kredietcrisis heeft de onderneming geen weerstand meer om aan haar betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.
De aanvraag betreft zowel het bouwbedrijf (Ursem Bouw b.v.) als het productiebedrijf (Ursem Bouwgroep b.v., Ursem Bouwsystemen b.v., Ursem Bouwsysteemcombinaties b.v.). Ursem Bouwgroep is een 3 generaties tellend familiebedrijf met een lange geschiedenis (1939). Binnen de bedrijven zijn 120 medewerkers in dienst.
Na een periode van goede jaren werd in 2005/2006 geïnvesteerd in een nieuwe fabriek voor geprefabriceerde modulaire bouwwerken, in het bijzonder voor gevangenissen. Als gevolg van toenmalige verandering in marktomstandigheden, ingegeven door de Schipholbrand en wijzigingen op de politieke agenda, ontstond direct na ingebruikname van de nieuwe fabriek onderbezetting. Toen ook het bouwbedrijf in 2006 nog een fors verlies opliep door toedoen van één werk, werd de groep begin 2007 onder een “bijzonder beheer” toezicht van haar huisbankier gebracht.
Met opbrengsten uit verkoop van de voorraad verhuur- units (2008), de materieeldienst (2009) en haar belang in projectontwikkelingsbedrijf USP Vastgoed (2010), werden liquide middelen vrijgemaakt en bankschulden teruggebracht. De in haar weerstand aangetaste onderneming zette intussen alternatieve marktbewerkingen in (scholen, zorggebouwen en studentenhuisvesting) teneinde de dekkingsgraad te verbeteren. Hoewel deze marktbewerking aanvankelijk succes bleek af te werpen werd de onderneming kort daarna geplaagd door verslechtering van marktomstandigheden als gevolg van de kredietcrisis. Er was sprake van discontinuïteit in orderstromen waardoor bezetting werd afgewisseld door korte of langere perioden van leegstand. In 2010 heeft een dergelijke periode geleid tot een volledig stilleggen van de fabriek en ontslag van 45 werknemers. Het bestuur van de onderneming heeft in die tijd actief gepoogd de fabriek te verkopen. Eind 2010 werd de productie weer opgestart voor een nieuw werk. Het liet zich aanzien dat in het najaar van 2011 aansluitend werk zou worden verkregen.
Perikelen rond vergunning en financiering aan de zijde van de opdrachtgever maken dat het werk steeds verder uitstelt en de periode van fabrieksleegstand vergroot. Ook het bouwbedrijf heeft onvoldoende aansluitende orders terwijl lopende werken vertragen als gevolg van betalingsachterstand bij leveranciers.
Een langdurig en intensief traject bedoeld om te komen tot (her)financiering van de groep met behulp van een andere bankrelatie leidde uiteindelijk niet tot resultaat en werd op 19 januari jl. beëindigd.