HOORN - De gemeente Hoorn heeft onvoldoende inzicht in de effecten van armoedebeleid. Dat concludeert de Rekenkamercommissie in een rapport.
De gemeente Hoorn heeft veel regelingen om mensen met een laag inkomen te helpen om mee te doen in de samenleving. Maar de gemeente weet onvoldoende of deze regelingen ook het beoogde effect hebben en de juiste doelgroepen bereiken. Om te bezuinigen is de gemeente gestopt met het stimuleren van het gebruik van regelingen. Hierdoor bereikt de gemeente vooral de groep die al bekend is, en de mensen die zelf een aanvraag voor hulp kunnen indienen.
Minima in Hoorn
Ondanks dat Hoorn een laag werkloosheidscijfer heeft, zijn er relatief veel huishoudens met een laag inkomen. 14% van de huishoudens heeft een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Het landelijk en provinciaal gemiddelde is 13%. Deze groep bestaat voornamelijk uit mensen met een (onvolledig) AOW pensioen. Daarna komen de mensen met een bijstands- of WW-uitkering en werknemers met een laag inkomen.
Bekendheid armoedebeleid
Cliëntenorganisaties en instellingen die met minima werken vinden dat de doelgroep niet echt bekend is met de regelingen in het armoedebeleid. Vooral allochtonen, inwoners met een lage opleiding en mensen met een lichamelijke/psychische beperking zijn minder goed op de hoogte. Dat geldt ook voor werkenden met een minimuminkomen.
Aanbevelingen
De aanbevelingen van de Rekenkamercommissie zijn gericht op een versterking van de samenwerking tussen gemeente en externe lokale organisaties bij het bestrijden van armoede. Ook adviseert de Rekenkamercommissie de gemeente voorlichting te geven aan de mensen die moeite hebben een aanvraag in te dienen. Daarnaast dringt de Rekenkamercommissie aan op het stellen van normen voor de verhouding tussen de kosten van uitvoering van beleid en de hoogte van de verstrekkingen.