HOORN - Nog meer Hoornse muzieksuccessen dit weekend: Behalve voor de Saunders-broers was het ook een mooi weekend voor Tim Knol uit muziekstad Hoorn. Hij mocht met zijn band optreden op het beroemde Pinkpop. En hij kreeg goede kritieken.
Lees hier een kritiek van de VPRO, Radio 3 site:
Tim Knols plezier voedt Pinkpopweide
Die Tim Knol flikt het toch maar mooi: op de Mainstage van Pinkpop. Hij had er kunnen verzuipen of zich verliezen in zenuwen, maar speelt het met zijn topband gewoon klaar. Ook zonder vuurwerk brengt hij vuurwerk, ook zonder danseressen wordt er gedanst.
Bekijk het hele concert 3voor12.vpro.nl/tv
CONCERT
Tim Knol, Pinkpop, Pinkpop Mainstage, zondag 12 juni 2011
MUZIEK
De jonge zanger Tim Knol maakt polder-Americana, kleine popliedjes die veel liefde voor oude songsmids en puur muzikantschap uitstralen. Na het titelloze debuut (2010) verscheen onlangs alweer de opvolger Days. Dit is muziek die je deelt met je ouders. Of ouders met hun kinderen.
PLUS
Wat Triggerfinger vorig jaar op dezelfde plek niet lukte met een volledig optreden, lukt Tim Knol in tien minuten zonder grote gebaren: hij heeft de aandacht en harten op de weide voor zich gewonnen. En dat terwijl hij zelf nog over zijn zenuwen aan het heenkomen is. Knol doet hier vrijwel niets anders dan tijdens zijn clubshows. Maar dat is in zijn geval nu eens niet erg. Hij en zijn sterke band hebben er voor gekozen om gewoon veel plezier te maken en te genieten van dit bijzondere moment op de Mainstage. Dat is een prima insteek, het voedt het publiek dat meeleeft en geniet.
Geen gelul, maar knallen, is het devies. Veel nummers lopen in elkaar over, een echt sterke Prater is Knol toch niet. Is ook nergens voor nodig met dergelijke liedjes en zijn warme stem. Het openingstrio ’Gonna Get There’, ’Days’ en ’When I am King’ werkt als een trein. Met ’When I Got Here’ wordt iets gas teruggenomen om uit te groeien tot een muzikaal spektakel. Met een prachtige gitaarsolo van Anne Soldaat en kwetsbare vocale outro van Knol is dit een eerste hoogtepuntje. Toetsenist en vertrouwenspersoon Matthijs van Duijvenbode is de aanjager en dirigent van de band. Hij zet de lijnen uit, houdt alles in de gaten, moedigt het publiek aan en stuitert aanstekelijk op zijn krukje. Na een wat minder spannend kwartiertje wandelt de band van het podium. Knol stapt enkel met akoestisch gitaar richting publiek voor het emotionele nummer ’Music in my Room’. ’Dit liedje heb ik geschreven voor vrienden van mij die hun zoon hebben verloren. Ik speel het nu voor hen.’ Na afloop klapt het hele veld voor dit raspaard. ’Ik wil even een foto maken, mag dat? Dit maak je toch niet elke dag mee.’ Wanneer de zanger zijn hand opsteekt gaan er zeker 80.000 handen de lucht in voor de foto. Vanaf dat moment is hij over alle spanning heen en lijkt de wereld te mogen imploderen.
MIN
Niet voor je publiek, maar veel richting je band spelen; weinig showmenship; naast het fotomoment nauwelijks interactie - het zijn geen punten waar je Tim Knol op kunt afrekenen. Sterker, hij wint er veel sympathie mee. Hij verbergt zijn spanning en onzekerheid niet, maar tart het juist door vocaal technische momenten in de set. Dat zijn laatste album Days wellicht iets te snel is gekomen, blijkt uit de mindere liedjes in de set. Dan kakt het ook direct in en voelt het weer even als de Paradiso bovenzaal. Het slotnummer van Knols debuutplaat, ’Deepest of Oceans’ verwordt tot muzikantengeneuzel voor de bühne. Dat kun je voor zo’n groot veld wellicht beter niet doen.
CONCLUSIE
De gestylede en overgeproduceerde bands op dit festival zullen weinig van het succes van deze jongen snappen. Maar om de liedjes en gunfactor van Tim Knol kun je moeilijk heen. Dat het werkelijk niets toevoegt aan de muziek in Nederland en daarbuiten, maakt dit publiek niets uit. Hier gaat geen oorlog mee gewonnen worden, maar daar hebben we die kekke Joint Strike Fighter straks voor. En Tim lijkt niet geïnteresseerd in strijd, maar simpelweg mensen opbeuren met mooie gitaarliedjes. Hij confronteert de antiheld in zich en verovert Pinkpop tot slot met zijn hit ’Sam’. Dit vormt het hoogtepunt van de set en een luid applaus valt hem en zijn band ten deel. Met rode wangen, een brede glimlach en de toetsenist op zijn rug verlaat Tim Knol het podium.
CIJFER:
8-