HOORN - In de commissievergadering van 5 april werd het Antillianenproject ‘Bo Futuro’ (Papiaments voor ‘goede toekomst’) behandeld. Het project Bo Futuro is erop gericht de (vaak complexe) problemen onder Antilliaanse Horinezen aan te pakken. Een meerderheid in de commissie heeft aangegeven te willen stoppen met het project. Vanuit de beroepspraktijk is geschokt gereageerd op dit voornemen. De SP bepleitte in de commissie juist voortzetting ervan en is zeer teleurgesteld dat deze uiterst kwetsbare groep nu niet de aandacht meer zal krijgen die ze hard nodig heeft.
In de vorige collegeperiode was door raadsleden gevraagd om met concrete resultaten te geven van het project. Deze vragen kwamen met name voort vanuit een sceptische houding ten opzichte van de doelgroepenbenadering. Zij streefden mede daarom naar eindigheid van het project.
Positieve resultaten
De tussenevaluatie van het project laat echter een positief beeld zien: op een scala van levensgebieden worden goede resultaten geboekt, zoals bestrijding van schulden, bevordering van de werkzaamheid en het terugdringen van criminaliteit. Voor de SP reden om te concluderen dat Bo Futuro niet het nodeloos stigmatiseren van een groep is, maar juist het terecht voeren van specifiek beleid op een groep mensen die de extra aandacht hard nodig nodig heeft.
Bijna alle fracties in de Hoornse politiek hebben aangegeven niets te zien in voorzetting van het Antillianenproject. Alleen de SP, èn de Hoornse Seniorenpartij hebben aangegeven het project voort te willen zetten. Commissielid voor de SP Frans Douw reageert geschokt: ‘Ik vind het bedroevend te moeten concluderen dat een effectieve aanpak van een buitengewoon ingewikkeld probleem de nek wordt omgedraaid.’
Uit een gesprek met één van de jongerenwerkers was duidelijk geworden dat deze afzonderlijke aanpak van deze bevolkingsgroep echter verstandig is, omdat een gelijksoortige behandeling in deze simpelweg niet aanslaat, aldus de SP.
Probleemgevallen
Er is in de gemeente Hoorn sprake van een redelijk grote groep jongeren met problemen. Het gaat hierbij zowel om autochtone als allochtone jongeren. De problematiek heeft verschillende oorzaken, zoals oplopende schulden, problemen thuis, werkloosheid, een verstandelijke beperking of gevoelens van minderwaardigheid.
Om problemen te signaleren en aan te pakken zijn in Hoorn daarom diverse jongerenwerkers actief. Zij bieden, samen met andere beroeps, vrijwilligers en stagiaires een scala aan activiteiten. Hierbij moet gedacht worden hulp bij schuldsanering, het bieden van dagbesteding of huisvesting. Bij autochtone jongeren is vaak hulp op één gebied al voldoende om het leven weer een voldoende positieve impuls te geven.
Voor kinderen en jongeren met de wortels in Marokko is echter weer een andere aanpak effectief. Door de jongerenwerkers wordt zoveel als mogelijk een gelijke behandeling gegeven.
In het geval van sommige jongeren met ouders van de ABC-eilanden (Aruba, Bonaire en Curaçao) is vaak sprake van een meervoudig probleem. Ouders hebben vaak van alles tegelijkertijd: verstandelijke beperking, schulden, geen werk, geen huisvesting, geen opleiding, verslaving, criminaliteit. Daarbij spelen ook gevoelens van minderwaardigheid en hopeloosheid.
De ‘probleemgevallen’ maken toch een relatief groot deel uit van de Antilliaanse bevolking in Hoorn. Deze groep vereist, gezien de ernst van de problemen, toch een afzonderlijke aanpak. Door veel mensen wordt deze aparte aanpak (die het project Bo Futuro voorstaat) als stigmatiserend ervaren. Maar juist door dit stigma op Bo Futuro te plakken, worden het project, de jongerenwerkers en de vrijwilligers juist te kort gedaan.