HOORN - Het wegvallen van de gemeentelijke subsidie per 2010 dwong het Turks Museum in de Wisselstraat in Hoorn eind 2009 zijn deuren te sluiten. Half oktober 2009 werd het collegebesluit aan het museum medegedeeld. Reden voor het besluit waren de teleurstellende bezoekersaantallen en het gebrek aan draagvlak binnen de Hoornse Turkse gemeenschap.
De collectie van het museum is in een lange reeks van jaren opgebouwd door de initiatiefnemer Senol Oçakli. Deze collectie geeft een beeld van de geschiedenis van het Osmaanse rijk, de relatie tussen beide landen, die binnenkort 400 jaar bestaat, de hedendaagse Turkse republiek gesticht door Atatürk en de geschiedenis van de eerste generatie gastarbeiders die zich vanaf het midden van de jaren zestig in ons land vestigde. Alleen al daarom is de collectie van belang. Vandaar dat het bestuur getracht heeft de collectie elders in het land onder te brengen. Daarin is men geslaagd.
De collectie wordt in zijn geheel overgedragen aan het Turks Museum Nederland in Den Haag, waarvan het beeldmateriaal in bruikleen. Het eigendom van het bruikleen blijft bij Senol Oçakli. Het Haagse museum is begin 2009 opgericht. In de korte tijd sinds het besluit viel hebben enkele intensieve gesprekken plaats gehad. Daarbij heeft het bestuur van het Turks Museum in Hoorn zich kunnen overtuigen van de enthousiaste en brede aanpak die het Turks Museum Nederland in Den Haag voorstaat.
De Haagse initiatiefgroep verzorgt een breed scala aan activiteiten, waar de oprichting van een eigen museum éen van was. Voorts organiseert men symposia, zoals op 9 december as in Den Haag over de bijdrage van de eerste generatie migranten (gastarbeiders) aan de Nederlandse economie en samenleving. Verder wordt systematisch informatie en materiaal verzameld over de eerste generatie Turken in ons land. Met de overdracht van de collectie is het Haagse museum eerder binnen bereik gekomen dan gepland, maar reeds begin 2010 zal een deel van de collectie in Den Haag te zien zijn.
Egbert Ottens, voorzitter van het Hoornse museum vindt het een gemis dat het museum uit Hoorn verdwijnt. Maar hij is blij dat de collectie een goed onderkomen krijgt. De mogelijkheden en het draagvlak in Den Haag zijn groter dan die in Hoorn. Salih Dadak, éen van de Haagse bestuursleden is blij met de onverwachte mogelijkheid die zich voordoet, nu zijn museum de collectie kan overnemen.
Tegelijkertijd geeft hij aan dat hij niet begrijpt dat Hoorn dit unieke initiatief zomaar laat verdwijnen. Het bestuur van het Haagse museum zal zich tot het uiterste inspannen om de collectie verantwoord te bewaren en verder uit te bouwen. Ideeën daarvoor heeft men. Bovendien wil men gebruik maken van het Museum- en inrichtingsplan dat het Hoornse museum heeft laten opstellen en dat helaas door de gewijzigde provinciale subsidieverordening geen kans meer kreeg te worden uitgevoerd.
Senol Oçakli betreurt het dat zijn museum uit Hoorn zal verdwijnen. Hij heeft de afgelopen jaren vele duizenden belangstellenden enthousiast verteld over zijn land van herkomst en de geschiedenis van de gastarbeiders. Hij werd daarbij ter zijde gestaan door Martin Osinga, die het ook zeer betreurt dat dit initiatief voor Hoorn verloren gaat. Het museum was voor hem de plaats om scholieren te confronteren met actuele onderwerpen als de toetreding van Turkije tot de Europese Unie en morele thema’s als eerwraak en uithuwelijking. Oçakli en Osinga zijn verheugd dat het museum in Den Haag een nieuwe kans krijgt en dat het bestuur van het Haagse museum goede ideeën heeft voor het verder uitbouwen van de collectie.
Het Haagse museum laat voor de definitieve sluiting een film opnemen van de laatste rondleiding door Senol Oçakli in zijn eigen museum op zondag 13 december, zodat ook dat beeld voor de toekomst bewaard blijft.