De gemeente Hoorn zou de Marokkaanse namenlijst niet meer moeten gebruiken. Dat schrijft de Hoornse fractie van het CDA in een brief aan het College. De gemeente is geen verlengstuk van de Marokkaanse overheid en daarom wijst het CDA gebruik van de namenlijst af.
Eerder keurden Amsterdam en Rotterdam het gebruik van de lijst ook al af. De lijst ligt bij Burgerzaken ter inzage zodat een naam gekozen kan worden die ’goedgekeurd’ is door de Marokkaanse overheid.
Lees hier de brief van het CDA:
Aan: College van B&W
Betreft: art. 43-vragen Marokkaanse namenlijst
Hoorn, 15/04/’09
Geacht college,
Er is de laatste tijd het nodige te doen rond de zogeheten Marokkaanse namenlijst. Het betreft hier een lijst met door de Marokkaanse overheid goedgekeurde namen, die in een aantal gemeentes bij de burgerlijke stand wordt geraadpleegd als ouders van Marokkaanse afkomst aangifte komen doen van de geboorte van hun kind. Als ouders hun kind een naam geven die niet voorkomt op deze lijst, dan kunnen ze problemen krijgen met de Marokkaanse overheid. Daar heeft de Nederlandse overheid dus niets mee te maken.
Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam stelde onlangs dat hij de lijst zou verbranden, mocht hij die aantreffen op het Rotterdamse stadhuis.
In Amsterdam heeft burgemeester Cohen toegezegd dat de namenlijst niet meer door de gemeente gebruikt zal worden. Het argument dat de lijst is bedoeld als serviceverlening aan ouders werd door een raadsmeerderheid van tafel geveegd.
Het gebruik van de namenlijst wordt, volgens het CDA-Hoorn terecht, gezien als medewerking van de gemeente aan het beleid van een buitenlandse regering. Dit terwijl de Marokkaanse overheid zich helemaal niet zou moeten bemoeien met in Nederland wonende Nederlanders van Marokkaanse afkomst.
Bovendien gaat het hier om een ongewenste inperking van de vrijheid van ouders om zelf een naam voor hun kind te kiezen. Het idee dat de overheid ouders dwingt om te kiezen uit een bepaalde lijst namen is ons volkomen vreemd. De gemeente zou op geen enkele manier aan dit soort praktijken moeten meewerken.
Het CDA-Hoorn heeft begrepen dat ook in Hoorn bij de afdeling burgerzaken een namenlijst van de Marokkaanse regering in gebruik is, waarmee ambtenaren bij wijze van serviceverlening controleren of de gekozen naam wel de goedkeuring van de Marokkaanse regering kan wegdragen. Het moge duidelijk zijn dat dit wat onze fractie betreft ongewenst is. Het argument dat het gebruik van de lijst service aan de ouders is en dat de gemeente zelf (uiteraard) geen naam zal weigeren omdat die niet op de lijst staat, vinden wij niet doorslaggevend. Het feit dat op deze manier wordt meegewerkt aan beleid van een ander land en dat het ook nog eens gaat om slecht beleid dat de vrijheid van diezelfde ouders inperkt, weegt voor ons zwaarder.
Als ouders vragen hebben met betrekking tot de namenlijst, zouden ze verwezen kunnen worden naar de Marokkaanse ambassade. Dat is immers een verlengstuk van de Marokkaanse overheid. De gemeente Hoorn is dat niet en moet dat ook niet willen zijn.
Hierover hebben we de volgende vragen:
1. Klopt het dat ook de gemeente Hoorn de Marokkaanse namenlijst in gebruik heeft? Sinds wanneer?
2. Deelt het college de mening van het CDA dat de gemeente niet zou moeten meewerken aan het uitvoeren van beleid van een buitenlandse regering, dat ook nog eens fundamenteel verschilt van het beleid van de Nederlandse regering? waarom wel/niet?
3. Deelt het college de mening van het CDA dat het niet aan de overheid is om ouders een lijst met goedgekeurde namen voor te schrijven? Vindt het college met het CDA dat de gemeente op geen enkele manier aan een dergelijk beleid moet meewerken, ook niet bij wijze van goedbedoelde service? waarom wel/niet?
4. Is het college bereid om op te houden met het gebruik van de Marokkaanse namenlijst? waarom wel/niet?
Met vriendelijke groet, namens de CDA-fractie,
Johan van der Tuin
Michiel Pijl