De Hoornse VVD-fractie neemt het hoog op: B&W willen de Kunst- en Cultuurnota niet evalueren ondanks dat de gemeenteraad dit wel wil en ook middels een amendement heeft besloten. Het College krijgt van VVD-fractievoorzitter Van Lunteren nog de kans om het uit te leggen, maar als dit antwoord onbevredigend is, zal men mogelijk een interpellatiedebat aanvragen.
Lees hier de boze brief van de VVD-fractie:
Aan het College van Burgemeester & Wethouders van Hoorn
Nieuwe Steen 1
Hoorn
Hoorn, 12 februari 2009
Betreft: Vragen ex Art. 43 RvO m.b.t. Evaluatie Kunst & Cultuurnota
Geacht College,
Met stijgende verbijstering heeft onze fractie kennis genomen van uw brief d.d. 29 januari 2009, met als kenmerk 09.01809, betreffende de Evaluatie Nota Kunst en Cultuur. De inhoud van de brief noopt ons tot het stellen van enkele vragen.
In eerste instantie willen wij ingaan op de inhoudelijke kant van de zaak. Via bovengenoemde brief hebben wij kennis kunnen nemen van uw overwegingen om af te zien van de evaluatie van de Kunst & Cultuurnota. Alles overwegende kunnen wij u meedelen dat wij uw mening niet delen. Wij blijven van mening dat deze nota wel degelijk geëvalueerd moet worden en zijn erg teleurgesteld dat de in het amendement genoemde termijn – 1ste kwartaal 2008 – niet is gehaald.
Onze wens om de nota wel degelijk te evalueren is mede ingegeven door de discussie die in de begrotingsraad van 2008 is geweest over een door de VVD ingediend voorstel tot het instellen van een cultuurregisseur in onze gemeente. Daarvan werd breed gevonden dat dit besproken zou moeten worden in het kader van de evaluatie van de Kunst- en Cultuurnota.
Ook is er vanuit de raad bij herhaling op aangedrongen om het museumbeleid eens ter discussie te stellen; eveneens een discussie die uitstekend in het kader van de evaluatie van de Kunst- & Cultuurnota gevoerd zou kunnen worden.
Onze eerste vraag, waarvan wij u aanraden hem als laatste te beantwoorden, luidt dan ook:
Wanneer kan de Raad de evaluatie van de Kunst & Cultuurnota tegemoet zien?
Tegen de procedurele kant van de zaak hebben wij nog grotere bezwaren. Want wat is hier aan de hand? Uw college, als uitvoerend orgaan, deelt de raad, het wetgevende en hoogste orgaan in de
gemeente, per brief mee dat u geen uitvoering zult gaan geven een genomen raadsbesluit (*).
Met andere woorden, het college zet de raad op dit punt op zij. Naar onze mening overschrijdt u hiermee uw bevoegdheden en dat nemen wij zwaar op.
(*) Een aangenomen amendement heeft de status van een genomen raadsbesluit!
Deze in onze ogen niet toelaatbare aantasting van de democratische rechtsorde achten wij zo ernstig dat wij overwegen hierover een interpellatiedebat aan te vragen.
Alvorens dit wel of niet te doen stellen wij u in graag in de gelegenheid om uw visie op deze kwestie aan de raad duidelijk te maken. Dit kunt u doen door antwoord te geven op onderstaande vragen:
Bent u met ons van mening dat een aangenomen amendement de status van een genomen raadsbesluit heeft?
Bent u met ons van mening dat een genomen raadsbesluit uitsluitend door een nieuw raadsbesluit ongedaan gemaakt kan worden, tenzij het besluit door de burgemeester aan de commissaris van de koningin wordt voorgedragen voor vernietiging?
Welke staatkundige motivering ligt ten grondslag aan uw brief waarin u aangeeft een genomen raadsbesluit niet te zullen uitvoeren?
Indien u, op basis van die afwegingen het onderhavige raadsbesluit niet uitvoert, kunt u dit op dezelfde basis met feitelijk ieder raadsbesluit doen. Bent u van plan deze redenering op meer raadsbesluiten toe te passen? Zo ja, welke andere raadsbesluiten denkt u dan per kennisgeving aan de raad ongedaan te gaan maken?
In punt 1 van uw collegeakkoord zegt u eerder genomen raadsbesluiten te zullen uitvoeren. Uw brief staat hier lijnrecht tegenover. Mogen we daaruit afleiden dat er kennelijk verschillende criteria gelden voor raadsbesluiten uit de vorige periode en raadsbesluiten uit de huidige periode?
Zo ja, wat zijn dan die verschillende criteria?
Wellicht denkt u, denken anderen, dat wij een kleinigheid opblazen. Daarmee zou u onrecht doen aan de verstrekkende implicaties van uw handelwijze. Immers, met het per kennisgeving afzien van de uitvoering van een genomen raadsbesluit, treedt u in de bevoegdheid van de raad. U stelt zich daarmee boven het hoogste orgaan in onze gemeente. De ernst en de ontoelaatbaarheid daarvan kunnen niet genoeg worden benadrukt.
In afwachting van uw reactie,
Met vriendelijke groeten,
Harry van Lunteren - Fractievoorzitter