Vanaf 1 februari is het in de Noord-Hollandse gemeenten mogelijk een tijdelijk huisverbod op te leggen. Het tijdelijk huisverbod is een geheel nieuwe preventieve maatregel die opgelegd kan worden om huiselijk geweld of een verdere escalatie daarvan te voorkomen. Met een huisverbod wordt feitelijk een afkoelingsperiode gecreëerd voor de betrokkenen.
De Wet Tijdelijk Huisverbod die op 1 januari jl. in werking is getreden geeft de burgemeester de bevoegdheid om bij een dreigende of geëscaleerde situatie van huiselijk geweld de veroorzaker een huisverbod op te leggen. Een huisverbod verbiedt de veroorzaker gedurende tenminste 10 dagen in of nabij zijn woning te komen en contact te onderhouden met zijn huisgenoten. Het verbod kan daarna nog verlengd worden tot ten hoogste 28 dagen.
Opleggen huisverbod
De burgemeesters in de regio Noord-Holland Noord hebben besloten om vanaf 1 februari a.s. hun bevoegdheid tot het opleggen van het huisverbod te gebruiken.
Vanaf die datum is in de regio het proces georganiseerd; alle gemeenten, het Openbaar Ministerie, de politie en de hulpverlening (steunpunten huiselijk geweld) zijn er dan klaar voor. Gedurende te tijd dat het huisverbod geldt mag de pleger niet in zijn woning komen. Ook mag hij geen contact opnemen met zijn huisgenoten. Het preventief huisverbod is geen straf, maar een bestuurlijke maatregel. De burgemeester legt het huisverbod pas op nadat de politie ter plekke een onderzoek heeft ingesteld, verslag heeft uitgebracht en heeft geadviseerd een tijdelijk huisverbod op te leggen.
Afstemming
De partijen die betrokken zijn bij de Wet Tijdelijk Huisverbod hebben hun acties op elkaar afgestemd. De werkwijze is straks in alle 26 gemeenten in de regio identiek.
De 3 advies- en steunpunten huiselijk geweld (SHG’s) in de regio spelen een belangrijke rol bij de nazorg van de slachtoffers van het geweld. De steunpunten nemen binnen 12 uur contact op met de slachtoffers van het geweld na het opleggen van het verbod.