Waar zijn ze: de gekkies? Over Corrie Nottet
23-12-2010 COLUMN
Qwartjes Qwartiertje (COLUMN)
Soms, maar vaker nog veel somser dan soms, was Corrie Nottet nuchter. Dan gedroeg hij zich merkwaardig. Beetje de weg kwijt. Als hij normaal was - als natte spons - klopte zijn wereldbeeld precies, en braakte zijn gietijzeren strotje zeer blijmoedig de meest baarlijke nonsens uit. Corrie bgouwde. Hij riep niet ‘Erg!’, maar ‘Eggug!’ Hij zei niet ‘Orgel’, maar ‘Ogguggul’. Mannen met deftige jassen noemde hij ‘buggugumeestug’. Je kon hem dagelijks in het wild tegenkomen. Corrie liep gewoon los.
Hij maakte deel uit van een keur aan acceptabele dorpsidioten die het straat- en vooral het kroegbeeld schilderachtig inkleurden. Ze hoorden er bij, vormden het zout in de pap. Hun aanwezigheid was geruststellend; ze bevestigden ongevraagd jouw eigen status als redelijk normaal, weldenkend mens. Daarnaast kon je ontzettend met hen, maar meer nog òm hen lachen. Hun soort is evenwel, op ’n enkele dolende 2.0-geest na, verdwenen. Opgeslokt door een doorgeschoten zorgmaffia. Opgeborgen in gesubsidieerde tehuizen waar ze wegkwijnden en aldra verweesd stierven.
Zeer betreurenswaardig.
Het huisje dat Corrie Nottet bewoonde was eigenlijk zijn dépendance. Hij hield overdag, van de vroege ochtend tot de late avond, kantoor in café De Volendammer. Daar was hij thuis. Daar schotterde hij foeterend en grollend rond. Kasteleines tante Marie Kok was zijn koningin. Voor haar deed hij boodschappen, en niet te ingewikkelde klusjes. Voor haar veegde hij de houten vloer en het terras aan. Vloekend, maar altijd graag. De reden van Corrie’s bestaan, tevens zijn levensdevies, liet zich met vier woorden samenvatten: In De Volendammer Zijn.
Wablief? Of hij niet werkte? Wis en waarachtig werkte Corrie! In feite had hij het drukker dan al die lanterfanters die zomaar midden op de dag de tijd hadden om in het café te komen. Daar snapte hij niets van. Vaak kon hij het dan ook niet laten om een argeloze nieuwkomer onverhoeds aan te stoten en hem toe te schreeuwen: ‘Denk ug òòòm! Belasting!’ Waarom hij dat riep was hem zelf niet helemaal duidelijk. Maar het klonk alarmerend, berispend, tikkeltje zakelijk ook. Corrie was best wel een man van de wereld. Dat we dat maar even wisten.
Het werk van Corrie was legitiem, alsmede volstrekt uniek, en voorts nog leep. Hij beschikte als enige in Hoorn - Wàt!? Als enige in heel Nederland, in heel de wereld! - over een officiële, op zijn naam gestelde ‘Vergunning tot het Dreggen in Grachten, Vaarten en Sloten’. Een zwaar beduimeld en nog net niet onleesbaar document dat hij altijd bij zich droeg, in een plastic boterhammenzakje in zijn binnenzak. Corrie had binnenzakken. In de altijd wat ruim om hem heen flodderende altmodische colberts die klanten hem wel eens toewierpen. En daar ging veel in, in die binnenzakken.
Zo ook die vergunning. Welaan: als Corrie krap bij kas zat sloeg hij aan het dreggen. Dan repte hij zich met een klein, handzaam dregje aan ’n lang touw linea recta naar een bepaald punt langs een bepaalde gracht, slingerde zijn grijpijzertje te water, en - verdomd als het niet waar is - bij de eerste trek hing er altijd al een fiets aan. Een fiets! Meestal nog ’n mooi, gangbaar karretje ook. Eerlijk opgedregd. De eigenaar lag er meestal niet naast, dus de fiets was van Corrie. Dregbuit. Hij sleepte het ding richting De Volendammer, waar hij het ergens te drogen zette. In de gelagkamer colporteerde hij vervolgens een klant voor het rijwiel. Vijfentwintig gulden was de courante prijs. Soms iets meer.
Niet zelden zat de klant met fietsdruft al op de kundige dregger te wachten. Corrie dregde vaak op bestelling. Boze tongen beweerden zelfs dat hij de betreffende fiets de vorige avond of nacht zelf in die gracht had gekieperd. Nou zeg! Dat was me nogal niet ’n beschuldiging! Dat de complete fietsenstalling die hij in z’n leven had opgedregd toevallig in dezelfde gracht, op hetzelfde dregpunt, boven water kwam bewees niks. Helemaal niks! Het leven bood wel frappantere zaken.
Eenmaal heeft Corrie drie dregjes verspeeld. Uit het kantoor van het toenmalige Van Gend & Loos aan het spooremplacement was op een nacht de loeizware brandkast verdwenen. Korte tijd daarna was Corrie Nottet zomaar eens ’n stukje gaan fietsen, dregje onder de snelbinders. Bij een zekere plas aangekomen, slingerde hij zijn tuig over de rietkraag heen. Bij de derde trek was het raak. Iets heel erg gewichtigs hield de gekromde drietand vast. Corrie kon trekken tot hij ’n half ons woog: hij kreeg Het Geheim nog geen millimeter dichterbij. Dregje kwijt. Hij heeft, met bewonderenswaardige vasthoudendheid, nog twee dregjes op Het Ding vast gesleept. Toen gaf hij het, zwaar teleurgesteld, op. De mislukte drieslag was zijn eer te na; het voorval etste zich als een trauma in zijn bevinden. ‘Eggug!, riep hij dikwijls droef. “Niemand komt ooit te weten wat daar onder water ligt…’
Corrie weet inmiddels meer dan iedere levende ziel. Geruime tijd geleden ging hij ons voor. Zijn heengaan markeerde eens te meer het verdwijnen van een fenomeen uit onze samenleving. Zo herinner ik me uit mijn geboortedorp Kees S. Een lange slungel van ’n debiele losloper die geen vlieg kwaad deed en zeer geliefd was bij de gehele stam. Een mascotte van vlees en bloed. Kees kon wonderlijk mooi dierengeluiden imiteren. Hij joeg dan zomaar uit de losse keel ’n hele toom dodelijk geschrokken kippen luid kakelend uit het café, nadat hij eerst het bulderend gebrul van een leeuw ten beste had gegeven. Kees beschikte tevens over een fenomenaal geheugen voor bepaalde zaken.
Ik was 12 jaar toen hij me eens op de dorpsstraat met gespreide armen de weg versperde. Ik moest hoog tegen hem opkijken toen zich het dialoogje ontspon dat Kees bij herhaling met mij wenste te voeren.
“Hé, Qwartje.”
- Hé, Kees.
“Is je vader nag dôôd?”
- Ja Kees.
Hij monsterde me met z’n hoofd schuin naar beneden, mond half open, het bovenlijf zacht heen en weer wiegend, en zijn grote handen die als dode ratten aan zijn pols hingen wiegden mee. Zijn ogen staarden over me heen naar het einde van de wereld. Zo dacht-ie na. Hij vervolgde:
“Loit je moeder nag ziek?”
- Ja Kees.
“Hoe veul jaar?”
- Twaalf jaar.
“Hoe veul dage is dat?
- Meer dan vierduizend, Kees.
Het gewieg van zijn bovenlijf nam dan zo’n heftige vorm aan dat ik wel eens bang was dat zijn hoofd van zijn romp zou slingeren. Vervolgens stond hij stil, en stroopte langzaam een mouw op. Dan volgde de armbeet. Kees beet zichzelf zo hard in zijn arm dat ik de tanden er in zag staan. Hij hield aan tot de tranen in zijn ogen sprongen. Dan keek hij me voor het eerst, met die betraande ogen, aan en zei:
“Erg hè?”
Toen vond ik dat gênant. Later besefte ik dat Kees zijn tranen opwekte om een vorm van medeleven te imiteren die hij van andere mensen wel eens waarnam, maar niet helemaal begreep. Hij wilde gewoon aardig zijn. Huilen omdat het hoorde.
Waar zijn ze: de gekkies? De Jannen Wortel? De Greetjes Berkeveld? De marskramers? De luilebollen? Wie herinneringen heeft aan een, of ’n paar van die mannen en vrouwen die het leven kleur gaven roep ik graag op om ze hier aan ons voor te stellen. Ik spaar ze.
Reactie: (Wally Ooms)
24-12-2010, 16:43
Een bekende ontmoetingsplaats vormde ook het badhuis aan de Kruisstraat. Destijds was de hoeveelheid mensen, die de beschikking hadden over een eigen douche aan huis nog uiterst beperkt, reden waarom men veelal slechts wekelijks zn toevlucht zocht tot het badhuis, alwaar je tegen een bescheiden vergoeding een douche kon nemen. In datzelfde badhuis werd veelvuldig gezongen. Met als absolute badhuishit het nummer "Marina", dat dan door iedereen werd meegeschald.
Mn neef en ik, die in hetzelfde huis woonden aan de Lange Kerkstraat, bezochten samen op zaterdag het badhuis, waarbij we ook samen in hetzelfde badhokje om beurten onder de douche sprongen, daarmee weer geld uitsparend, waar we iets anders voor konden kopen.
Ik weet het, het klinkt allemaal ouwerwets en oubollig. Maar ik denk er met enorm veel vreugde aan terug. Vooral dat zingen zal me altijd bijblijven.
Reactie: (Qwartje)
24-12-2010, 12:13
@Cees Franke @Wally Ooms
Uw Daguerreotypische bijdrage, @heer Franke, is mij zeer welkom. Mooie foto’s. Corrie staat er vergenoegd op. Goed om te weten dat u beschikt over een Van der Elsken-achtig beeldarchief van ons toenmalige straatbehang. Wellicht kunt u in voorkomende gevallen andere woorden binnen dit qwartiertje nader illustreren.
Nu ik hem daar zo zie zitten, schiet me te binnen hoe ik ooit eens met een warmbloedig toegedane dame, zijnde Rooie Corrie K., de verjaardag van Corrie Nottet heb voorbereid. Hij had ons uitgenodigd. En mèt ons nog eens zo’n dertig anderen. Voor de bejubeling van dat heuglijke feit was Nottet om duistere redenen uitgeweken naar de gelagkamer van café De Oosterpoort. Rooie Corrie en ik betraden de feestzaal met twee dozen tompouces; veertig in getal.
Nottet was al aanwezig. En verder niemand. Er kwàm ook niemand. Alleen Driekus Walter viel even luidruchtig binnen, maar die was niet uitgenodigd. Het werd de heer Nottet allengs zeer onbehaaglijk te moede. ‘Die soepkippen zijn het allemaal vergeten’, stelde hij een paar keer in doffe berusting vast. Onder het verorberen van ’n zestal tompouces hebben we ons uiterste best gedaan om hem wat op te beuren. Met het bleef niettemin not his finest hour.
Inmiddels: het patent op de kwalificatie ‘pisaap’ berust bij Joop Soering, een ander lid van de woelige wereld binnen café De Volendammer. Joop was ’n van God gegeven lasser van stalen scheepsrompen, en voor het overige een ruwe rabauw. Zijn schavuiterige uiterlijk werd bijna angstaanjagend geaccentueerd door een verknoedelde onderkaak, ooit danig aangevreten door een abces. Het karakter van de heer Soering vereiste een aparte benadering. Maar wie dat eenmaal onder de knie had kon wel eens ‘n gesprekje met hem voeren.
@Wally Ooms: voelt u zich niet beschroomd om hier het uwe bij te dragen. Uw verhandeling over de gladde globetrotter Sjaak Spruit op de site hoornnoord.nl leest als een film. De gezusters Steenman uit de Lange Kerksteeg - later Lange Kerkstraat -, bijvoorbeeld, staan kandidaat voor nadere uitlichting. Twee stereotype karikaturen van ouwe vrijsters, die in hun achterkamertje de dameshoeden in elkaar flansten die ze middels hun voorwinkeltje aan de vrouw brachten.
Reactie: (Wally Ooms)
24-12-2010, 10:54
Dit vind ik nou de allerleukste vorm van geschiedschrijving. Heel veel dank, waarde Qwartje, voor de bijdrage over een man, die ik inmiddels alweer was vergeten.
Maar verdomd, wat kon die man brullen. Wat was ie aanwezig. En wat kwam je moeilijk van m af.
Ik ga me tot het uiterste inspannen om mensen uit mijn geheugen op te diepen, die Hoorn kleur gaven.
De dames Steeman, waar Sebastiaan het al over had, behoren daar zeker ook bij. Net als schele Frans en anderen die het Havenkwartier frequenteerden.
De komende dagen heb ik mooi de gelegenheid om daar eens rustig over na te denken. Waarbij ik de verleiding om daar dan zelf een stukkie aan te wijden moet onderdrukken, want dit is immers Qwartjes Qwartiertje. Ere wie ere toekomt. Hulde voor deze rubriek.
Reactie: (nomen nescio)
24-12-2010, 00:24
heel vreemd dat mn vorige posting niet vermeld is (zal wel n foutje in mn computer zijn), dus bij deze nog ns
@Familie: Waarom zo schreeuwen(Hoofdletters = schreeuwen volgens forumcode). En @Qwartje is columnist, die heeft volgens jurisprudentie veel meer vrijheid dan ik. Uw advercaat(beter spellen svp!) kan u daarover alles vertellen. naar mijn (bescheiden)
mening hebt u geen been om op te staan. En al ben ik het vaak niet met heer Qwartje eemns, in deze zal ik hem verdedigen.
Terzijde @Qwartje: Was het Voltaire
die zoiets ooit schreef of verdedigde?
Reactie: (nomen nescio)
24-12-2010, 00:18
Oef @Sebas(22;30)? Weet je waarom?
Nou, in de hemel is geen bier, daarom drinken wij het hier! :-)
En ja, ik heb nét een glaasje ognac op. Hoef niet meer te rijden de komende 8 uur en het is een slaapmutsje; drinken is oké, mits MET MATE
@redactie: Graag een optie toevoegen dat zoiets als met mate óf cursief óf vet (e.e.a. om te benadrukken)kan worden weergegeven.
Reactie: (Sebas)
23-12-2010, 22:30
Dank voor deze Hoornse folklore. Er zijn ook andere verhalen (soms door de stadsgidsen aangehaald) over andere kleurrijke figuren uit de vrij recente stadsgeschiedenis. Zoals de twee zusters die een manufacturenwinkeltje dreven in de Kerksteeg, en waarvan de ene na het overlijden van de ander naar een "rusthuis" in Soest gedirigeerd moest worden...
Prettig gestoorde types zijn er nog wel in Hoorn. Ik zie er hier in de Kersenboogerd ook wel eens een enkeling voorbij komen die een glimlach op de lippen doet brengen. Zoals een vrouw - bekend als alcoholica - die ooit uitriep tegen haar zoon: "Er is géén bier in huis en je blijft er van af!" Zo valt er nog wel eens iets te lachen.
Minder te lachen valt er met de figuren met korte lontjes, die na consumptie van alcohol in combinatie met hasj, weed en eventueel ook speed zich te buiten gaan aan geweld. Zoals laatst op het Kerkplein. Het wordt tijd voor een structurele oplossing voor de problematiek rond de coffeeshop, want de sfeer van "relaxed man" en Bob Marleys "peace" is er al heel niet meer. Its a rat race, and these rats bring diseases. Zo raakt Hoorn meer en meer verziekt, en dat willen we toch niet? Maar goed das weer een zijsprongetje.
Café de Volendammer, ooit Café In de Bonte Koe, gerund door de ega van de schipper. Zo zijn we in t verhaal weer rond. Wellicht kunnen we het beeld van de schipper doen flankeren met een beeld van deze heer Nottet?
Reactie: (Cees Franke)
23-12-2010, 21:27
Ja die Corrie Notten. Ik heb een serie van drie fotos uit 1972 van hem die ik nu ook aan de redactie mail. In die tijd beoefende ik nog straatfotografie.. Ik herinner me vaag iets dat hij dreigde met mij in de gracht te gooien omdat de fotos niet voor de televisie bestemd waren. Maar of mijn geheugen dat correct weergeeft weet ik niet. Wel is het woord "pisaap" ook in mijn brein ingebrand...
Reactie: (Derek the Fox)
23-12-2010, 20:27
Redactie, het spijt me, maar ik kan niet echt genieten van de bijdrage van ene Qwartje over "gekkies".Ik ben van mening dat deze gekkies beter af zijn in de in de gesubsidieerde tehuizen waarin ze een volwaardig leven kunnen leiden en niet gepest en getreiterd worden door mensen die de aanwezigheid van deze gekkies op straat en in de kroeg nodig hebben om hun eigen status als redelijk normaal, weldenkend mens te bevestigen.
Reactie: (Margret)
23-12-2010, 20:27
He Qwartje,
Bedankt voor je mooie verhaal... Heb hem genoeg bakkies soep gegeven als ik vond dat ie geen borrel meer op kon.. Samen met die schele op de hoek van de bar en maar schelde tegen elkaar. Over Frans kun je zeker ook een Qwartiertje vullen.. Nou Quirinus Wartje... Maak er een warme kerst van en ik hoop nog veel van je te lezen en horen in 2011.. Dikke zoen..! Zowee.....!!!
Reactie: (rob bakker)
23-12-2010, 19:57
id;
hee vuile pisaap ga effe een krantje bij je jatten. corrie kwam bij ons een krantje kopen.
bij lange wortel hebben marc en ron de hele collectie lp,s met kerkmuziek gekocht. stonden op zolder in c.ravenstraat. hebben ze niet gebruikt voor de uitzendingen destijds.
Reactie: (Qwartje)
23-12-2010, 19:48
@Horinees
Warempel, @Horinees: die luciferventer was Cortje Klaver. Hij torste een rugzak vol pakken lucifers die hij, naar ik meen, voor een cent per doosje te veil had. En dan was er ook nog de marskramer Ouwe Koossie. Die deed in zepies, spelden, vingerhoedjes en wat ongeregeld bric à brac. Hij kon enorm aanslaan als je hem als kind najouwde. Dan bleef hij wel vijf tot tien minuten midden op straat staan schelden. Theater.
Er was ook Stille Pier. Die zei nooit meer dan het hoognodige. Behalve wanneer hij onderweg op zijn marsroute een gelagkamer aandeed voor ’n Oude Klare. Dan gooide hij dat hassebassie met één haal in het ruim, keek vervolgens naar een plek onder zijn broekriem, en sprak vriendelijk de legendarische volzin: “Zoek maar ’n best plekkie, knecht. Het kon welders druk worre.”
Reactie: (yvon)
23-12-2010, 18:15
ja dat waren mooie tijden als cor nuchter was zei hij je gedag en als hij dronken was en hij zag je kwam ie altijd naar je toe en riep dan he vuile pisaap dat was ook een stopwoordje van hem maar het was mooie man hij had altijd zn woordje klaar geweldig en lange wortel liep altijd met mooi weer in het ijselmeer en deed net of hij zwom maar omdat hij zo lang was kon hij een eind uit de kant wat een mooie tijd
Reactie: (horinees)
23-12-2010, 17:27
Hans 23-12-2010 16:31:13
De korte broek van Jan.
Zijn Jan hing daar weleens uit.
Van geen kwaad bewust, lopend op straat. Tja. Lullig.
Reactie: (WILLIAM)
23-12-2010, 17:01
Beste Horinees, ik heb 2 prachtige fotos van lange wortel en een schilderij van cor nottet. grt will
Reactie: (Hans)
23-12-2010, 16:31
Heer Qwartje, ik herinner mij vaag een bezoek als jongen aan het altaartje met Mariabeelden bij Jan Wortel thuis... Bekend om zijn korte broeken die hij het hele jaar door droeg. Hij spaarde, meen ik, LPs die hij uitkoos op de hoes... Ik duik in mijn geheugen. Als ik meer weet, kom ik er op terug, maar misschien kunnen andere Horinezen mij helpen mijn geheugen op te frissen. We moeten deze Hoornse cultuur bewaren... Heeft er iemand eigenlijk een foto van Jan Wortel?
Reactie: (horinees)
23-12-2010, 16:28
Leuk. En herkenbaar. (-;
In Blokker en Zwaag liep ook het lucifer mannetje (Klaver?) van deur tot deur. Die lange Schipper is mij ook bekend Q.
Reactie: (redactie)
23-12-2010, 16:24
De Redactie van HoornGids.nl is zeer vereerd met deze nieuwe rubriek: Qwartjes Qwartiertje.
Qwartje, bekend om zijn reacties op deze site, hebben wij kunnen verleiden tot regelmatige bijdragen, columns noemen we het voor het gemak, die de rij nieuwsberichten alhier zal opfleuren en inkleuren.
Automatisch krijgen deze columns van Qwartje een vaste plek in de rubriek Columns waar wij een apart hoofdqwartiertje hebben gecrëeerd voor deze woordkunstenaar.
Wij hopen dat de lezers van HoornGids, net zo genieten van deze bijdragen als de redactie zelf.
Het spreekt voor zich dat ook de Columns van Qwartje, net zoals andere Columns, niet automatisch de mening van de redactie weergeven.
Reactie: (rob verhoek)
23-12-2010, 16:01
Mooi zaid qwartje; af en toe ben je een azijnzeiker, maar dit zijn twee pareltjes.